Wat zijn de mogelijke bijwerkingen van TENS en hoe kun je die voorkomen?

1.Huidreacties:Huidirritatie is een van de meest voorkomende bijwerkingen, mogelijk veroorzaakt door kleefstoffen in elektroden of langdurig contact. Symptomen kunnen bestaan ​​uit roodheid, jeuk en dermatitis.

 

2. Myofasciale krampen:Overstimulatie van motorneuronen kan leiden tot onvrijwillige spiercontracties of krampen, met name als de instellingen te hoog zijn of als elektroden over gevoelige spiergroepen worden geplaatst.

 

3. Pijn of ongemak:Onjuiste intensiteitsinstellingen kunnen leiden tot ongemak, variërend van milde tot ernstige pijn. Dit kan het gevolg zijn van hoogfrequente stimulatie, die sensorische overbelasting kan veroorzaken.

 

4. Thermische verwondingen:In zeldzame gevallen kan onjuist gebruik (zoals langdurig aanbrengen of onvoldoende huidbeoordeling) leiden tot brandwonden of thermische letsels, met name bij personen met een beschadigde huid of sensorische beperkingen.

 

5. Neurovasculaire reacties:Sommige gebruikers kunnen last krijgen van duizeligheid, misselijkheid of flauwvallen, met name mensen die overgevoelig zijn voor elektrische prikkels of die al een hart- en vaataandoening hebben.

 

Strategieën om bijwerkingen te verminderen:

 

1. Huidbeoordeling en -voorbereiding:Reinig de huid grondig met een antiseptische oplossing voordat u de elektroden aanbrengt. Overweeg het gebruik van hypoallergene elektroden voor personen met een gevoelige huid of bekende allergieën.

 

2. Protocol voor het plaatsen van elektroden:Volg de klinisch gevalideerde richtlijnen voor de positionering van elektroden. Een correcte anatomische plaatsing kan de effectiviteit verhogen en bijwerkingen minimaliseren.

 

3. Geleidelijke intensiteitsaanpassing:Begin de behandeling met de laagst effectieve intensiteit. Hanteer een titratieprotocol, waarbij de intensiteit geleidelijk wordt verhoogd op basis van de individuele tolerantie en therapeutische respons, en vermijd daarbij elke vorm van pijn.

 

4. Beheer van de sessieduur:Beperk individuele TENS-sessies tot 20-30 minuten, zodat er voldoende hersteltijd tussen de sessies is. Deze aanpak vermindert het risico op huidirritatie en spiervermoeidheid.

 

5. Monitoring en feedback:Moedig gebruikers aan om een ​​symptoomdagboek bij te houden om eventuele bijwerkingen te registreren. Continue feedback tijdens therapiesessies kan helpen om de instellingen in realtime aan te passen voor optimaal comfort.

 

6.Bewustzijn van contra-indicaties:Controleer op contra-indicaties, zoals pacemakers, zwangerschap of epilepsie. Personen met deze aandoeningen dienen een zorgverlener te raadplegen alvorens met TENS-therapie te beginnen.

 

7. Onderwijs en training:Geef uitgebreide voorlichting over het gebruik van TENS, inclusief de bediening van het apparaat en mogelijke bijwerkingen. Geef gebruikers de kennis om eventuele bijwerkingen te herkennen en direct te melden.

 

Door deze strategieën toe te passen, kunnen behandelaars de veiligheid en effectiviteit van TENS-therapie verbeteren, optimale resultaten garanderen en tegelijkertijd het risico op bijwerkingen minimaliseren. Raadpleeg altijd een zorgverlener voor persoonlijk advies op basis van uw individuele gezondheidsprofiel en behandeldoelen.


Geplaatst op: 20 mei 2025